Page 36.

popol 36crop
One day, when the mother of Jun Batz and Jun Chowen was dead already,  Jun Junajpu and Wukub Junajpu were playing pelota and the Ajawab of Xibalba, Lords of the underworld, heard them. Jun Came and Wukub Came asked their messengers  Los Tucur ( the locusts) , los Tecolotes ( de uilen) om ze te roepen.
The Lords of  Xibalba ( the underworld)  wanted very much to see the playing material of Jun Junajpu and Wukub Junajpu, but they hid them in the atteck of their house before they took off with the messengers who guided them to Xibalba, hell, until they came to a road that divided in four directions. They told them to take the Black Road and so they went to where the Lords were  sitting waiting for them.

Op een keer, toen de moeder van Jun Batz en Jun Chowen al gestorven was, toen Jun Junapu en Wukub Junapu pelota aan het spelen waren hoorden de Heren van de Xibalba, de onderwereld het geluid. Jun Came en Wukub Came vroegen aan hun boodschappers, de ( los Tucur) sprinkhanen en de ( los Tecolotes) uilen om ze te roepen.De Heren van Xibalba wilden heel graag het speelmateriaal van jun Junapu en Wukub Junapu zien , maar deze verstopten ze op de zolder van hun huis voordat ze met de boodschappers meegingen, die ze naar Xibalba ( de Hel) begeleidden totdat ze bij een weg kwamen die zich in vieren splitste. Ze vertelden hun dat ze de Zwarte Weg moesten nemen en zo gingen ze naar de plaats waar de Heren op hun zaten te wachten.

Page 24.

page 24

One day Zipacná was taking a bath at the bank of a river when four hundred guys came by with a large tree trunk  to use as central pilar for building their house; but they hardly could make it and Zipacná fixed it single handed.  So much power seemed dangerous to those guys and they decided to get rid of him. The asked him to dig a deep trench, but as he had heard about their plan to kill him, he made a cave in a level of the trench,  for his salvation.  When he was deep in the ravine the guys dropped a large  tree trunk and Zipacná  screamed when it fell, but is was sitting in his cave.  The boys rejoyced thinking that they had killed Zipacná

*Op een dag was Zipacná  een bad aan het  nemen bij een rivieroever toen vierhonderd kerels lands kwamen met een grote boomstronk om als centrale pilaar te dienen voor het huis dat ze gingen bouwen; ze konden het nauwelijks voor elkaar krijgen en Zipacná fikste het in z’n eentje.  Zoveel kracht leek de jongens een beetje gevaarlijk en ze besloten hem van kant te maken. Ze vroegen hem een diepe geul te graven, maar omdat hij hun plan om hem te doden gehoord had, maakte hij een grot ergens in de geul , om zich te redden. Toen hij diep  in het ravijn was lieten de jongens er een zware boomstronk in vallen en Zipacná schreeuwde toen ie viel, maar hij zat in z’n grot. De kerels waren blij want ze dachten dat ze Zipacná gedood hadden.